In de reflectietool vindt een activiteit plaats waarin gebeurtenissen en gedrag in de Confrontatietool en de Charactertool onderwerp zijn. Aan de orde komen vragen als: Wat gebeurde er? Welke actie vond plaats? Welke gevolgen zag je? Wie deed het “’t best”? Hoe zou jij je voelen? Zou je het een volgende keer anders doen? Leerlingen kunnen ervoor kiezen om het filmpje van hun gedrag in de game aan de anderen te laten zien, om erbij te vertellen hoe zij zich in de situatie opstelden. Leerlingen kunnen bij elk van hun eigen filmpjes ervoor kiezen om deze openbaar te maken. Andere leerlingen kunnen dan op andere momenten dit filmpje bekijken en bij hun ‘favorieten’ plaatsen. Als onderdeel van de reflectie kunnen leerlingen zichzelf cijfers geven: hoe deed ik het in die situatie? Ook aan een andere kunnen ze cijfers geven, als de ander dat wil.
Hoe werkt de Reflectietool?
|
|
In de Reflectietool voeren leerlingen reflectieopdrachten uit, die door middel van een plaatje of video worden ondersteund. Elke opdracht heeft 3 verschillende vragen, waarop geantwoord kan worden met een emotie: vreugde, verdriet, angst, woede, verbazing en afschuw. Deze antwoorden worden ondersteund door emoticons. |
| Na het beantwoorden van de vragen kan de leerlingen uit zijn of haar vriendengroep enkele beoordelaars selecteren, die elk hun mening mogen geven over zijn keuze in antwoorden. Dit gebeurt door middel van een “duim omhoog” of “duim omlaag”. | |
| Vervolgens kan de leerling zelf zijn al beantwoorde vragen bekijken en hier zien hoeveel omhoog staande of omlaag staande duimen hij heeft ontvangen. |
Voor docenten
In de besloten docentenkamer van de Reflectietool,
houden leerkrachten toezicht op hun eigen groepen leerlingen en kunnen ze
opdrachten maken en beheren.
Onder
de
noemer
toezicht worden door het systeem
statistieken gegenereerd voor elke leerling. Zo kan er gekeken worden
welke leerling zich al heeft aangemeld voor het ‘terugkijken’ onderdeel en
wat zij al precies hebben gedaan.
In het emoticon overzicht staan vergelijkingen voor:
• Het gebruik van emoticons. Een scholier die bijvoorbeeld 6x met vreugde heeft
geantwoord en 4x met angst, heeft zodoende een score van 40% op angst en 60%
op vreugde.
• Hoeveel duimen omhoog of omlaag een leerling geeft en krijgt.
• Een simpel sociogram met daarin de onderlinge relaties. Scholieren kunnen beoordelaars
kiezen, die op deze manier per klas worden gegenereerd.
Gebruikmaken van Reflectietool?
e-linQ Heerlen |